De laatste twee dagen van het CHDI congres hadden meerdere programmaonderdelen, variërend van onderzoek naar biomarkers (om het stadium van Huntington te kunnen meten, en verbeteringen wanneer een nieuwe therapie aanslaat), genetische factoren die de leeftijd van eerste symptomen beïnvloeden (want de CAG repeat lengte zelf bepaalt deze maar ten dele), nieuwe ontwikkelingen en inzichten, en een uitgebreide postersessie (met ruim 100 posters van deelnemers, en verschillende Sybil-on-tour hondjes).

De voortgang of progressie van Huntington wordt nu al op verschillende manieren gemeten, maar men wil eigenlijk preciezere methodes om te kunnen meten of een nieuwe trial aanslaat. Het huntington eiwit zelf kan gemeten worden in ruggemergvloeistof, en sinds kort is men bezig met het meten van zogenaamde neurofilamenten die het geraamte vormen van de telefoondraden tussen hersencellen. Bij beschadigde neuronen verdwijnen de telefoonlijntjes en daarmee komen die filamenten vrij, wat te meten is in ruggemergvloeistof maar ook bloed. De toename is gerelateerd aan het stadium van de ziekte, de CAG repeat lengte, maar ook leeftijd. Als je 100 mensen meet is de trend heel duidelijk, maar een enkele meting van 1 persoon blijft natuurlijk altijd grillig. Deze methode blijkt ook goed te werken bij JHD ofwel de jeugdvorm van Huntington, wat een mooie stap is om de efficiëntie van toekomstige trials met JHD te meten.

Terecht werd met enkele foto’s verschillende Huntington patiënten bedankt die mee doen met trials om zulke biomarkers te vinden -terecht helden genoemd omdat zij het onderzoek mogelijk maken!

Een nieuwe methode lijken RNA biomarkers, kleine boodschappers in de cel die de aanmaak van allerlei eiwitten reguleren. Deze komen ook buiten de cel en zijn daardoor te meten in het ruggemergvloeistof. Mooier nog is dat er verschillende RNA biomarkers zijn gevonden die uniek zijn voor Huntington, en dat deze al te meten zijn 20 jaar voordat de eerste symptomen zichtbaar zijn. Het biotechbedrijf sRNAlytics wil hier snel mee verder, want het zou een mooie manier zijn om al vroegtijdig te meten, ook bij trials en therapieën die mikken op het voorkomen van de ziekte.

De aankomende trials beogen het remmen van de aanmaak van het klontergevoelige huntington eiwit. Daar zijn wel invasieve methodes voor nodig, zoals een injectie in de rug of diep in de hersenen. Voor velen blijft de ultieme aanpak een in te nemen pil die de afbraak versnelt, liefst alleen van het klontergevoelige eiwit. Om het huntington eiwit versnelt af te breken zoekt men naar specifieke markeringen voor afbraak, en enzymen die daarbij betrokken zijn (ondermeer het onderzoek van mijn groep, mogelijk dankzij het Campagneteam Huntington en CHDI). Een biotech bedrijf zoekt nu een artificiële manier om dit te doen, door een synthetisch molecuul in het lichaam te brengen dat aan de ene kant het huntington eiwit herkent, en tegelijk aan de andere kant een enzym rekruteert die het huntington eiwit dat markeert voor afbraak.

Verschillende Huntington families met dezelfde CAG repeat lengte tonen toch vaak een andere leeftijd waarop de eerste symptomen zich openbaren. Dat kan 10 jaar schelen ten opzichte van het gemiddelde, zowel 10 jaar later… als eerder. Dat kan deels verklaard worden door verschillen in huntington eiwit aanmaak. Het DNA codeert voor de huntington boodschap die leidt tot huntington eiwit aanmaak, maar die boodschap wordt met wisselende efficiëntie gemaakt en verzonden. Er zitten zogenaamde ‘enhancers’ in het DNA die ervoor zorgen dat er meer boodschappers worden verzonden. Een nieuwe medespeler in het veld is de HudsonAlpha Institute for Biotechnology, die dankzij de CHDI hiermee gestart is. Welke enhancers zijn er, wanneer worden ze actief, hoe zijn ze te remmen?

Een spannend verhaal werd gegeven door Gillian Bates (UCL Londen), een van de eerste Huntington onderzoekers betrokken bij het vinden van het DNA dat codeert voor Huntington, en met wie we samenwerken door haar enorme expertise qua verschillende proefdier modellen. Zij en haar teamlid Andreas (nu werkzaam in Ulm, en gastspreker bij ons recente Huntington Research symposium in Amsterdam), hebben ontdekt dat er ook kleine fragmenten van het huntington eiwit gemaakt worden. Het volledige huntington eiwit klontert niet, pas nadat het in stukken wordt geknipt ontstaan een klein stuk waarin het klontergevoelige klittenband zit, de polyQ (of CAG). Juist dir fragment klontert, en daarom mikken we op het opruimen van dit fragment. Gill liet zien dat er bij de aanmaak van het huntington eiwit al meteen eenzelfde fragment ontstaat. En de klonteringen induceert. Deze bevinding staat op gespannen voet met enkele trials die het gehele eiwit willen remmen -maar het fragment ongemoeid laten. Het fragment komt ook veel voor bij de jeugdvorm van Huntington (JHD) en is belangrijk voor ondermeer het Nederlandse onderzoek naar afbraak en chaperones (die deze wel aanpakken), en trials zoals beoogd door uniQure (die juist dit deel van het Huntington als doel hebben).

Al met al weer een zeer nuttig congres, met vooral veel biotech bedrijven (CHDI geeft de voorkeur aan biotech boven universiteiten ivm makkelijkere afspraken qua contract-research en intellectueel eigendom) maar ook academische groepen. En zoals in het vorige bericht al aangegeven spannende tijden voor de onderzoekers, de neurologen, en de gehele Huntington gemeenschap. En schroom niet als je vragen hebt, als reactie of Messenger bericht, of bij een van de aankomende presentaties (zoals in Tynaarlo op 7 maart, of in Lichtenvoorde op 13 maart)!